HET GELIJKHEIDSTEKEN VAN SIEGFRIED BRACKE

Maandag 2 september 2013 – De verklaringen van Siegfried Bracke (N-VA) in een interview, dat zaterdag werd gepubliceerd in De Standaard, hebben voor de nodige beroering gezorgd in het politieke landschap. Daarin zei de Gentse logeman dat zijn partij ook zonder confederaal akkoord bereid moest zijn om na de verkiezingen in een federale regering te stappen. Ook liet hij verstaan dat het sociaaleconomische wel eens belangrijker kon zijn dan het confederale. De woorden van Bracke hinken op twee gedachten. Vooreerst is het duidelijk dat een bepaalde vleugel binnen het N-VA geen vertrouwen heeft in verkiezingen die in het teken staan van confederalisme: de economische crisis ligt de kiezer waarschijnlijk nauwer aan het hart dan het confedraal model à la Geert Bourgeois, waarbij er volledige autonomie moet komen voor de gewesten. Vervolgens valt te vrezen dat als N-VA vasthoudt aan een confederaal akkoord, alvorens federaal mee te regeren, we nog maar eens voor een ellenlange regeringsvorming zullen staan, waarbij N-VA aan het einde van de rit, ook bij een klinkende verkiezingsoverwinning, uit de boot dreigt te vallen.

De verklaring van Bracke schoot Peter De Roover, ere-voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, meteen in het verkeerde keelgat. “Zijn remedie dreigt het wezen van de N-VA uit te hollen”, luidde het want zulke verklaring berokkent N-VA “communicatief schade”. Wie ook not amused was met de woorden van het Gentse Kamerlid was N-VA partijvoorzitter Bart De Wever die onmiddellijk liet opmerken dat Bracke een “stouterik” is “die voor zijn beurt heeft gesproken”. Dus mag Siegfried vandaag naar Canossa om op het partijbureau op beide knieën om vergiffenis te smeken bij zulke revolutionaire (sic) taal. Voor Gerolf Annemans, voorzitter van Vlaams Belang, pleegt N-VA duidelijk verraad tegenover de Vlaamse zaak. Als wat Bracke zegt waar is kunnen de traditionele partijen opgelucht adem halen, want dan wordt de zevende staatshervorming vijf jaar lang begraven “in de coulissen van de Senaat”. De eerste om de mogelijke ommezwaai van N-VA toe te juichen was vicepremier Didier Reynders (MR). Op RTL-TVi verklaarde hij dat “als de partij echt wil afstappen van het communautaire, we samen heel wat dingen kunnen verwezenlijken.’ Ook: “Als De Wever echt de idee om het land in de vernieling te rijden naast zich kan neerleggen, dan zijn veel dingen mogelijk samen.” Bij CD&V en SP.A noteert men wel een zekere terughoudendheid, maar Wouter Beke (CD&V) kon niet nalaten te herinneren dat zijn partij al twee jaar roept dat er nu eerst werk moet worden gemaakt van nieuwe jobs, eerder dan zich opnieuw vast te rijden in het communautaire moeras. Voorts preciseert hij dat het duidelijk is “dat wie andere dingen (lees: confederalisme – jpvr) afhankelijk wil maken van een sociaaleconomische regering de zaken alleen maar bemoeilijkt”. Ook SP.A-voorzitter Bruno Tobback blijft sceptisch. Hij vindt dat de Vlaams-nationalisten nu maar eens klare taal moeten spreken wat ze nu eigenlijk met confederalisme bedoelen. Zegt hij: “Over die fameuze uitleg heb ik altijd gezegd dat het een poging was om de mensen zand in de ogen te strooien. Nu strooien ze blijkbaar ook al zand in eigen ogen.”

Op andere Waalse politici dan Didier Reynders heeft de ommezwaai die Bracke aankondigde weinig indruk gemaakt. De cdH-voorzitter Benoît Lutgen zei geen enkel vertrouwen te hebben in de bokkensprongen van N-VA. Karine Lalieux van de PS blijft erbij dat wat Bracke ook zegt zijn partij maar één bedoeling heeft: de Belgische Staat te ondermijnen en een onafhankelijk Vlaanderen mogelijk te maken. Volgens medevoorzitster van Ecolo, Emily Hoyos, getuigen de woorden van Bracke van platvloers opportunisme en is het duidelijk dat de Vlaams-nationalisten niet de geringste scrupules hebben om hun doel waar te maken. Voor het FDF van de rabiaat francofone Olivier Maingain is het uitgesloten enig belang te hechten aan de stoelendans van Bracke. Met het N-VA wordt niet alleen niet geregeerd, daarmee wordt zelfs niet aan tafel gezeten.

Zoveel is dus wel duidelijk, ook als N-VA een confederaal akkoord zou laten vallen teneinde federaal te willen mee regeren, zullen de Waalse partijen, op de liberale MR na, onwrikbaar dwars blijven liggen, hoe goed N-VA ook zou scoren bij de verkiezingen van 25 mei 2014. Dat voorspelt nieuw aanzienlijk tijdverlies bij de komende regeringsvorming, waardoor het bestrijden van de economische crisis en het realiseren van een door Europa opgelegd minimaal begrotingstekort nog maar eens ondergeschikt zullen worden aan het communautaire gehakketak.

De ommezwaai die Bracke liet doorschemeren in zijn interview met De Standaard werd gisteren trouwens al serieus afgezwakt door wat hij kwam vertellen op De Zevende Dag. Daar luidde het opeens dat het confederalisme NIET ondergeschikt mocht worden gemaakt aan het sociaaleconomische. Neen toch, vond Bracke, hij had duidelijk gezegd dat tussen de twee een gelijkheidsteken moest worden geplaatst. Als voorbeeld gaf hij de werkloosheid. Die kon enkel worden opgelost in een confederale Staat. Meer dan een gegoochel met woorden stelt de “gelijkheid van Bracke” niet voor. De economische en financiële crisis zijn een mondiaal verschijnsel dat op wereldschaal zou moeten opgelost. Op nationaal vlak kan men de crisis alleen verzachten door een out of the box oplossing van grote autonome investeringen, voor de helft gefinancierd door het bedrijfsleven en voor de andere helft door het volkskapitaal (hooguit een twintigste van het nationaal depositosparen dat nu al is opgelopen tot boven de 240 miljard euro). Zie hiervoor mijn artikel “Hoe lossen we de crisis op?” Zo’n “second best solution” kan onmogelijk nog eens worden versnipperd over de verschillende gewesten, en dit om de simpele reden dat ze maar zin heeft als men de concurrentiekracht van de nationale economie herstelt. Die concurrentiekracht daalt nu al jaren aan een stuk als kan worden afgelezen van onderstaande grafiek.

Op de grafiek ziet men duidelijk (groene lijn) dat in 1995 de concurrentiekracht van de Belgische economie nog meer dan 20 % hoger was dan die van Duitsland, terwijl eind 2012 die al bijna 10 % lager was dan die van de Duitse economie. Maar ook ten opzichte van onze buurlanden (Frankrijk in het blauw en Nederland in het oranje) is onze concurrentiekracht enorm verzwakt. Het herstel daarvan – een nodige voorwaarde om uit de crisis te geraken via autonome investeringen voor de helft gefinancierd met volkskapitaal – is altijd een nationale aangelegenheit, nimmer een communautaire. Het impliceert bijvoorbeeld dat de BTW moet dalen van 21 naar 19 %, dat er een vlaktaks van 20 % voor vennootschappen moet komen met afschaffing van de notionele interestaftrek voor reeds bestaande bedrijven, en dat de patronale bijdrage moet worden verlaagd met minstens 12.50 %. Zulke maatregelen moeten uniform door de drie gewesten worden ingevoerd wil men vermijden dat het ene gewest gaat concurreren met het andere. De “gelijkheid van Bracke” was dus niet meer dan wat koorddanserij, ontdaan van de meest elementaire inzichten in de werking van de economie. Want dit blijft het grote drama van de N-VA: de partij heeft geen werkzaam economisch programma. Haar topeconoom Filip Muyters leidt aan discalculie van de hoogste graad. Als dat dus de partij is die straks de economische crisis moet oplossen dan zijn we nog voor een paar decennia geklungel goed.

Dat N-VA nu plots wil inzetten op de economie zal wel geen toeval zijn. Uit de zondag gepubliceerde cijfers over de kiesverwachtingen blijkt dat N-VA met 4,3 % is gezakt (van 35,0 % naar 30,7 %) omdat een deel van het electoraat heeft ingezien dat het met deze partij nada nougatbollen wordt als zij aan crisisbestrijding gaat doen. Een deel van de verloren stemmen zou – mochten er nu verkiezingen zijn – naar Vlaams Belang gaan (+2,5 %), wat aantoont dat het communautaire minder sexy is dan het economische. Twee partijen die er op economisch vlak ook niets van bakken zijn Groen! dat 2,5 % verliest en SP.A dat 2,1 % verliest. Hier verschuiven de stemmen naar CD&V dat 1,5 % stijgt en naar LDD dat stijgt van 0,8 naar 2,8 % (!). Deze peiling, door VTM Nieuws en De Morgen afgenomen bij meer dan 2.600 Vlamingen, houdt geen rekening met R.O.S.S.E.M. maar laat wel zien dat 2 % van de Vlamingen voor geen van de opgegeven partijen wil stemmen. Hoe dichter we bij de verkiezingen zullen komen hoe groter dat percentage zal worden.

Typerend voor de arrogantie van N-VA was ook de volksraadpleging in Sint-Niklaas waar de burger gevraagd werd of het huisvuil moest worden opgehaald door het stadspersoneel dan wel door een externe ophalingsdienst. Alhoewel 84 % van de opgekomen burgers voor een ophaling door het stadspersoneel stemde heeft N-VA burgemeester Lieven Dehandschutter besloten het referendum naast zich neer te leggen en de vuilnisophaling toch toe te vertrouwen aan een externe dienst. Je kan de burger moeilijk nog meer in het gezicht schijten, neen?

Een reactie posten

0 Reacties